Henk Badings werd op 17 januari 1907 geboren te Bandung (voormalig
Nederlands-Indië). Hij overleed te Maarheeze op 26 juni 1987. Badings studeerde geologie aan de Technische Hogeschool te Delft, waar hij in
1931 cum laude afstudeerde. Intussen had hij zich, hoofdzakelijk
autodidactisch, tot componist ontwikkeld. Rond 1929 studeerde hij nog
een korte tijd compositie bij Willem Pijper.
Reeds in 1930, nog voor het beëindigen van zijn studie in Delft, werd
zijn eerste Symphonie door het Concertgebouworkest te Amsterdam in
première gebracht. Hij schreef ruim zeshonderd composities, waaronder
concertmuziek, elektronische muziek, koorwerken en vele werken voor
amateurs (koor, orkesten ensembles).
Badings schreef muziek die als romantisch-expressief in enigszins aangepaste classicistische vormen omschreven kan worden; zijn muzikale stijl als, lyrisch en somber, heldhaftig en uitgelaten, dramatisch en effectief. De melodiek van Badings wordt gekenmerkt door het grote gebaar: lang doorgetrokken lijnen, opgebouwd vanuit een pregnant ritmisch motief, vaak met een gepuncteerde figuur, een energieke aanhef, een signaalfunctie.
Rond 1950 begon Badings zich te interesseren voor nieuwe toonsystemen, voor zes- en zeventonige modi, voor micro-intervallen en allerlei akoestische fenomenen die daar direct mee te maken hebben. Zijn onderzoekingen hebben geleid tot de eerste 31-toonscomposities, die speciaal waren geschreven het voor 31-toonsorgel van het Teyler Museum in Haarlem, gemaakt naar ideeën van Christiaan Huygens.
| + | Nederlandse muziek in de 20-ste eeuw. Voorspel tot een nieuwe dag. Leo Samama, 2006. |
| + | Donemus, www.donemus.nl |
Zie ook: Muziek voor blokfluit van Henk Badings.
04-09-2006